‘Als ik wakker word, denk ik vaak dat het avond is’

 In Uncategorized

Miranda de Jong (56) zit in een dubbelrol. Ze werkt als woonzorgbegeleider op een groep met dementerende ouderen en is tevens mantelzorger voor haar moeder Lenie van Westing (81). Die lijdt inmiddels ook aan dementie en woont – verzorgd – in De Schauw. ‘Ik besef steeds beter: nú kan ik nog naar haar toe.’

Is het haar mooiste japon? Waarschijnlijk wel. Speciaal voor de fotograaf heeft moeder Lenie haar flamingojurk aan. Bijzonder fleurig. Net als haar woonkamer trouwens, waar bloemdecoraties de boventoon voeren. ‘Je houdt ook zo van bloemschikken hè,’ zegt Miranda. ‘Het liefste neemt ma tijdens een wandeling een snoeischaartje mee. Dan kan ze thuis weer iets fröbelen. Ze let alleen niet meer op van wie de tuin is’, lacht Miranda.

Lenie brak bij een valpartij haar heup en is meerdere keren geopereerd. Waarschijnlijk blijft ze gebonden aan haar rolstoel. Dat zit haar meer dwars dan het geheugenverlies. In haar geval een combinatie van vasculaire dementie en Alzheimer. Het ziekteproces gaat sluipenderwijs. Langzaamaan vallen gaten in het geheugen. Wat ’s ochtends gebeurt, is ze vaak ‘s avonds alweer vergeten. Niet iedereen herkent ze nog. Familie gelukkig wel. Ook zoiets: ze raakt gemakkelijk het gevoel voor tijd kwijt. ‘Als ik wakker word, denk ik vaak dat het avond is. Heel gek.’ En ze kan opeens snibbig uit de hoek komen. Net iets te impulsief. ‘Door het decorumverlies reageren patiënten vaak vanuit het emotionele brein. Daar kunnen ze weinig aan doen, maar het ontlokt soms wel reactie bij anderen’, zegt Miranda.

Het is lief hoe ze met en over haar moeder praat. Miranda komt zeker drie keer per week. Dat verzorgende zit er nu eenmaal in. Lenie heeft zes dochters en een zoon. Die doen allemaal iets in de gezondheidszorg. Miranda’s dochter Laura (20) liep zelfs stage in De Schauw. Kon ze extra vaak langs bij oma. Door haar werk bij Elim kent Miranda als geen ander de fases in het ziekteverloop. ‘Mensen zeggen vaak: Lastig zeker, nu óók nog je moeder… Maar ik vind het juist fijn dat ik dit proces kan begeleiden. En ik besef steeds beter: nú kan ik nog naar haar toe.’

Lenies eerste man Bernard overleed in 2006. Als projectleider begeleidde hij onder meer de bouw van de Wilhelminabrug op Curaçao. Lenie is weleens mee geweest. ‘Ik zou er niet willen wonen. Altijd dertig graden, pfff.’ Reizen deed ze graag. Nu gaat dat niet meer zo makkelijk. Als weduwe kreeg ze een relatie met Wim. Zo’n tien jaar woonden ze samen in Schalkwijk, bij Houten. Een mooie tijd. ‘Je had daar leukere winkels dan hier’, zegt Lenie. Maar Wim heeft eveneens Alzheimer. Na haar valpartij was zelfstandig wonen geen optie meer. Dus terug naar Putten, naar haar geboortedorp. Miranda: ‘Ik heb overwogen om haar in huis te nemen. Maar je hebt ook je gezin en werk’.

De verzorging in De Schauw is uitstekend. Niets te klagen. Tijdens het gesprek krijgt Lenie een ijsje aangereikt, want het is een warme dag. ‘Heb je er nog twee?’ vraagt ze aan de zuster en ze wijst naar het bezoek. Maar helaas. De ijsjes zijn op. Terwijl Lenie geniet van het raketje vertelt Miranda: ‘Mama heeft het regelmatig over de razzia in Putten. Voorheen sprak ze daar minder over, maar die verhalen komen nu bovendrijven.’ Als vijfjarig meisje zag Lenie hoe vader en twee broers werden afgevoerd. Alleen haar jongere broer ontsnapte door uit de trein te springen. ‘Het was best zwaar voor mijn moeder’, weet Lenie. ‘Ze bleef achter met de kinderen en had ook nog de groentezaak en het café De Grote Slok, aan de Garderenseweg. Moest ze toen allemaal in haar eentje doen.’

De fotograaf laat via een appje weten dat ze op de stoep staat. Vijf minuten voor de afgesproken tijd. ‘Hèhè, tjonge, eindelijk’, verzucht Lenie. Miranda lacht. ‘Dat ongeduldige had je vroeger ook. Als we ergens aankwamen met de auto, dan was jij als eerste al uitgestapt en honderd meter verder.’ Lenie haalt haar schouders op. Vanuit het niets zegt ze: ‘De dagen hier zijn wel veel van hetzelfde hoor’. En ze vertelt over haar vaste programma. Slapen, wassen, eten, breien, af en toe het terras op. Of naar het balkon voor een sigaretje. ‘Laatst had je toch bingo?’ zegt Miranda. ‘Jaja, dat klopt.’ En tv-kijken. Dat doet ze ook. ‘Maar alleen nog het journaal. De rest geloof ik wel…’ Opeens stekelig: ‘Zeg, komt die fotograaf nog? Of hoe zit dat?’ Miranda geeft een veelbetekenende knipoog. ‘Die is er bijna mam. Het komt goed.’

Interview door Marco van den Berg van schrijfatelier RAAK
Foto door Henriëtte Houtsma van Photovota