Geborgenheid bij elkaar, ondanks het geheugenverlies

 In Uncategorized

Stefan Tijhuis (30) heeft geen gemakkelijke weg afgelegd. Na de scheiding van zijn ouders stond hij al vroeg op eigen benen. Gelukkig kon hij altijd terecht bij oma Janny IJsselsteijn (82), die nog steeds zijn grootste fan is. Het is echte, onvoorwaardelijke liefde waar zelfs dementie geen vat op krijgt.

Uit het mandje van oma’s rollator klinkt klaaglijk gemiauw. Oma staat even stil om de pluchen robotkat zacht over zijn bolletje te aaien. Als het beestje tevreden spint, zegt ze vriendelijk: ‘Ga maar lekker weer liggen’. Kleinzoon Stefan is al een stukje verder gelopen en zoekt een mooie plek voor het gesprek. ‘Waar wil je eigenlijk zitten oma?’ Het is avond, maar nog heerlijk warm. We schuifelen in oma’s tempo over het wandelpad van Zorgerf Buiten-Verblijf. Ze kiest een plekje onder een houten overkapping, met uitzicht op de paardenbak. ‘Het is zo’n lieve jongen’, zegt oma Janny. En ze kijkt vertederd naar Stefan. ‘Hij zorgt heel goed voor mij.’

Stefan was zeven toen zijn ouders uit elkaar gingen. Eerst woonde hij bij zijn moeder, maar toen zij met zijn broertjes naar Duitsland verhuisde, koos hij ervoor om in Ermelo te blijven. Bij zijn vader. Die relatie met pa verliep niet altijd even soepel. Om conflicten te voorkomen, betrok Stefan een stacaravan in de tuin. ‘Ik was vijftien en zorgde al bijna volledig voor mijzelf. Maar ook ík had behoefte aan een warm nestje.’

Voor gezelligheid en liefde ging hij langs bij oma, die eveneens in Ermelo woonde. Koffie drinken en kletsen. Of boodschappen doen en samen uiteten. Regelmatig vroeg hij oma om advies. ‘Ze kan zo goed luisteren. Nog steeds. Soms moet ik haar een beetje helpen, dan is ze iets kwijt. Maar de rode draad houdt ze wel vast.’

Gelukkig is de relatie met zijn vader sterk verbeterd. Als Stefan vertelt over alle strubbelingen betrekt het vriendelijke gezicht van oma even. Alsof ze alles opnieuw beleeft. ‘Sommige dingen ben ik gewoon vergeten,’ zegt ze verontschuldigend. ‘Vaak wilde ik het wel oplossen, maar dat kon ik niet. Dat vond ik best moeilijk.’ Stefan pakt haar hand vast. ‘Dat weet ik oma. Maar samen hadden we het heel goed.’

Met het klimmen der jaren draaide de rollen om. Vooral oma had hulp nodig. Ze vergat steeds vaker iets belangrijks en raakte slecht ter been. Stefan nam steeds meer taken op zich. Vanzelfsprekend, vindt hij. Toch is hij blij dat ze een plek vond op het zorgerf.  ‘Het is langzaamaan gegroeid, maar uiteindelijk regelde ik zelfs haar geldzaken en coördineerde ik haar medische situatie. Het was niet langer vrijblijvend, want ze steunde echt op mij.’

Ondertussen vertelt oma Janny over vroeger. Dat oude geheugen is nog springlevend. Ze was een vrolijk kind dat graag naar school ging. Vader was een hoge ome bij de Nederlandse Spoorwegen, zoals ze zelf zegt. Het gezin verhuisde vaak. Zelf werkte ze jarenlang in de verpleging bij het ziekenhuis in Utrecht. Aan haar dictie en woordkeuze merk je dat ze een ontwikkelde vrouw is, ook al tast de dementie uiteindelijk alles aan.

Even pauze nu. De fotograaf is ter plaatse. Samen wandelen we naar een modderpoel met varkens, voor een vrolijke fotosessie. Lopen kost oma veel inspanning, maar ze blijft glimlachen. Met Stefan in de buurt geniet ze volop. Stefan vertelt over zijn tienertijd. Op het vmbo kon hij zijn draai niet vinden. ‘Maar via een ander traject ben ik toch politieagent geworden. Dat wilde ik als klein jongetje al.’ Oma was heel trots, merkte hij. ‘Maar ook bezorgd. Bang dat mij iets zou overkomen.’

Stefan woont inmiddels in Apeldoorn en probeert – tussen alle diensten door – zo vaak mogelijk te komen. Ondanks haar ziekte biedt oma nog altijd een luisterend oor. Ook als het gaat om diepere gevoelens. Rond zijn zeventiende ontdekte Stefan dat hij op mannen valt. Oma gaat daar heel fijn mee om, vertelt hij. Met een knipoog: ‘Ondanks haar gereformeerde opvoeding’. Eerste vriendjes werden met open armen ontvangen en kregen meteen een dikke zoen.

‘Oma houdt van snoepen en écht goed eten. We proberen er samen van te genieten. Tijdens de coronaperiode was het lastig dat we elkaar geen knuffel konden geven. Eigenlijk is dat haar grootste wens: even die geborgenheid ervaren.’ Stefan laat een kleine stilte vallen. ‘Ja, geborgenheid. Dat is toch wat we bij elkaar hebben gevonden. En dat zal nooit meer veranderen. Zelfs niet door haar ziekte.’ Oma knikt en laat haar hoofd even tegen zijn arm rusten. Alsof ze zeggen wil: ik laat je niet gaan jongen…

Interview door Marco van den Berg van schrijfatelier RAAK
Foto door Henriëtte Houtsma van Photovota